ESA Leadership Conference 2010

ETHISCHE RICHTLIJNEN

Vertaling: Liesbeth Bloemsaat-Voerknecht

Wij, als docenten en leden van de European Suzuki Association (ESA), committeren ons aan Dr. Suzuki’s stelling:

‘Als liefde diep is, kan er veel bereikt worden’.

Daarom stellen wij ons de volgende algemene ethische richtlijnen tot doel:

* om de Suzuki filosofie in ons onderwijs en in onze omgang met anderen te verwerken en te promoten

* om het potentieel in ieder individu te herkennen

* om een open instelling te hebben ten opzichte van andere docentleden, ervaringen en ideeën uit te wisselen en ons coöperatief op te stellen

* om op een menselijke en integere wijze om te gaan met collega’s

* om je collega’s in hun waarde te laten als je spreekt over hun werk en de verschillen in lesstijl te respecteren

* om collega’s te waarderen als ze ideeën met je hebben gedeeld

* om jezelf te verplichten tot ‘life-long-learning’

* om je lespraktijk op een eerlijke en legale manier te bedrijven

* om positief ten opzichte van normen, visie en besluiten van de ESA te staan en deze te ondersteunen

Voortdurend vernieuwend met respect voor ons erfgoed

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Yoko Shibata Yoko Shibata is wetenschappelijk onder-zoekster.
Zij stelde de enquête op en ana-lyseerde de resultaten. Hierop is dit artikel gebaseerd. Haar dochter Lisa (8) heeft bij Jenny Macmillan piano- en bij Pippa Macmillan contrabasles volgens de Suzukimethode.

Jenny Macmillan Jenny Macmillan is ESA teacher trainer voor piano.
Ze leidt pianodocenten op in Cambridge, Engeland. Haar eigen drie kinderen hebben allemaal pianoles volgens de Suzukimethode gehad. Dochter Pippa, die aan de Royal Academy of Music in London studeert, was ook Suzuki celliste en geeft nu Suzuki cello en contrabas. Jenny heeft veel over de Suzuki methode gepubliceerd. Haar nieuwste titel is Successful Practising, for music teachers, teenage and adult students, and parents of primary age pupils. Zie voor voorbeeldpagina's en verkrijgbaarheid: www. jennymacmillan.co.uk.


Liesbeth Bloemsaat-Voerknecht dankt de SAA vriendelijk voor toestemming tot vertaling. Dit artikel werd oorspronkelijk gepu-bliceerd in het American Suzuki Journal, voorjaar 2010. De Engelse versie is te lezen op de website: www.suzukimuziek.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tips voor ouders voor het succesvol studeren met kinderen

Door Yoko Shibata en Jenny Macmillan. Vertaling: Liesbeth Bloemsaat-Voerknecht

Muziek maken en een instrument leren met je kind(eren) is een hele opgave en ook met de nodige steun van je Suzuki docent(e) zal het studeren niet altijd van een leien dakje gaan. Dit artikel is gebaseerd op een enquête van Yoko Shibata onder Suzuki ouders die met hun kinderen Suzuki piano-, cello- en/of contrabasles volgen bij Jenny Macmillan en/of haar dochter Pippa. Uit de antwoorden blijkt, dat ouders doorgaans tevreden zijn als gemiddeld twee van de drie geplande oefenmomenten lukken of tot stand komen. Zelfs ouders van meer gevorderde kinderen of ouder-kind-paren, die doorgaans zeer effectief met elkaar studeren, hebben soms dagen waarop of de ouder of het kind tijdens het oefenen de tranen in de ogen heeft staan. Wat maakt een oefenmoment tot een succes dan wel tot een onvruchtbare 'marteling'? Wat zouden we kunnen verbeteren? We hopen dat dit artikel enkele ideeën en suggesties kan aandragen, die voor andere ouders van nut kunnen zijn.

Ineffectief oefenen

Laten we eerst eens bekijken, welke factoren tot onvruchtbaar studeren kunnen leiden:
• Het kind is moe, huilt of dreint.
• De ouder is ongeduldig of gefrustreerd (vaak als hij/zij zelf ook moe is).
• Er is slechts beperkt tijd voor het oefenen. De ouder is gehaast.
• De ouder probeert te veel in een keer voor elkaar te krijgen.
• Het kind moet oude repertoirestukken opnieuw leren omdat hij/zij ze vergeten is.
• Ouder en kind hebben een conflict over iets dat verder niets met het oefenen te maken heeft.
Vaak kun je voorspellen wanneer het studeren niet zo succesvol zal zijn. Het kind is moe na school, het wordt steeds later en hij/zij heeft honger. De ouder is moe van het werk of de zorg voor de andere kinderen en heeft nog een lange 'to-do'-lijst voor de volgende les, die al binnenkort is. Er resten slechts enkele uren voor het slapen gaan en er moet nog gegeten, geoefend, huiswerk gemaakt en gedoucht worden en het gebruikelijke ritueel voor het slapen moet gedaan worden. Het kan ook zijn dat het kind een favoriet programma op tv moet missen wat voor een slecht humeur zorgt.
Naast zulke factoren kunnen er nog meer dingen zijn die een oefenmoment minder vruchtbaar maken dan gewenst:
• De ouder heeft een te star idee over wat er bereikt moet worden; hij of zij is niet flexibel genoeg om op de situatie of het kind in te spelen.
• De ouder heeft geen of onduidelijke aantekeningen tijdens de les gemaakt.
• Het oefenmoment is niet goed getimed of voorbereid en niet gestructureerd genoeg.
• Het oefenmoment vindt plaats op een ander tijdstip dan normaal.
• Andere kinderen in huid verstoren het oefenmoment.
• De ouder kan het kind helemaal niet overhalen om te oefenen!

Succesvolle oefenmomenten

Laten we nu eens zien wat tot succesvol oefenen kan leiden. Hier volgt een aantal veel gegeven antwoorden:
• Het kind is niet moe.
• De ouder is rustig.
• Ouder en kind worden niet door andere kinderen, huisdieren, telefoontjes of iets dergelijks gestoord of afgeleid.
• De ouder kan het kind meer tijd en aandacht geven dan gepland.
• De ouder onderbreekt het kind niet constant tijdens het spelen.
• Er speelt geen conflict over iets dat niets met het oefenen te maken heeft.
• Er worden kleine eenheden geoefend.
• De ouder maakt de taken tot spelletjes en uitdagingen voor het jonge kind.
• Het is duidelijk, wat er te oefenen valt.
• Het kind vindt het oefenen leuk en heeft een aantal knuffelbeesten als publiek.
Het heeft eerder het gevoel spelletjes te doen dan taken uit te voeren en krijgt bijvoorbeeld iets lekkers of een sticker als beloning. Het oefenmoment eindigt met iets leuks, bijvoorbeeld een favoriet stuk of een duet.
• Het kind is tevreden met het behaalde en heeft een aantal vakjes op het studeerschema ingekleurd of er in sticker in mogen plakken.
• De ouder denkt eraan het kind steeds weer te prijzen en aan te moedigen!
Enkele punten vanuit het standpunt van het kind:
• Papa of mama is niet boos op me of berispt me.
• Ik heb eerst iets te eten gehad, want ik ben snel geïrriteerd als ik honger heb.
• Ik verveel me toch, dus dan ga ik maar oefenen.
• Ik krijg een beloning, bijvoorbeeld in vorm van een stukje chocolade aan het eind van de oefensessie.
• Ik heb ook iets te zeggen en kan keuzes maken.
• Er is een herkenbare structuur aanwezig.
• Ik heb afspraken met mama of papa over wat er geoefend moet worden.

Om een oefenmoment tot een succes te maken, moeten zowel ouder als kind uitgerust en niet hongerig zijn; ze maken geen ruzie; de ouder is voorbereid (heeft goede aantekeningen tijdens de les gemaakt en bedacht hoe hij/zij de taken in behapbare eenheden kan verdelen en weet er een spelletje of wedstrijdje van te maken en heeft stempelkaarten of kleine beloningen bij de hand); bovendien blijft de ouder kalm en vergeet niet het kind te prijzen en aan te moedigen.
Het is belangrijk dat de ouder tijdens het oefenen met het kind in de juiste stemming is. Hij of zij moet op de behoeftes van het kind in kunnen spelen, van te voren bedenken waar het eventueel mis zou kunnen gaan en deze factoren zelfs proberen uit te sluiten. Dat zou dus eventueel kunnen beteken, dat er niet uitgerekend tijdens het favoriete tv-programma gestudeerd moet worden. Anderzijds, dit kan ook in positieve zin gebruikt worden: als namelijk de oefensessie vlak voor het programma gepland wordt en het bekijken ervan gekoppeld wordt aan het op tijd beëindigen van het oefenmoment. Dan kan het kijken als beloning voor het succesvolle studeren gelden. Het zou ook handig kunnen zijn, 's ochtends voor school te studeren, wanneer het kind uitgerust en fris is in plaats van na schooltijd als het kind moe is.
Ouders kunnen natuurlijk ook veel fantasie gebruiken en steeds weer nieuwe dingen voor het oefenen te bedenken, zodat het niet iedere dag hetzelfde is: Variatie voorkomt verveling. Alle kinderen zijn verschillend, dus je zult voor ieder kind weer iets anders moeten bedenken. Wat voor het ene kind helemaal geschikt is, kan een ander kind stom of vervelend vinden. Idealiter beschikken ouders dus over een behoorlijke portie flexibiliteit en tegelijk over gerichtheid op bepaalde leerdoelen tijdens het studeren met het kind. De taak ligt bij de ouders om de oefenmomenten leuk en succesvol te maken. Het goede nieuws is, dat alle ouders dezelfde uitdaging aangaan en dat zelfs Suzuki docenten dezelfde problemen met hun eigen kinderen ondervinden.
Hieronder wordt beschreven, hoe Jenny met haar kinderen studeerde toen ze jong waren. Dit laat het belang zien van regelmaat en het meer tijd inruimen dan strikt gepland. Bovendien is het belang plezier tijdens het oefenen niet te onderschatten. Kinderen moeten ook de volgende dag nog willen studeren:
Cruciaal was, dat we altijd twee keer per dag piano studeerden (behalve wanneer we heel soms echt de hele dag weg waren of wanneer ik aanvoelde dat een oefensessie in de avond in ieder geval contraproductief zou uitpakken). In de tijd van de basisschool ruimde ik voor een oefensessie van 30 minuten voor ieder kind daadwerkelijk 40 minuten in (ik begon met het eerste kind om 6:30 uur, om 7:10 uur met het tweede en om 7:50 uur met het derde). 's Avonds oefenden ze ieder nog eens dik 10 minuten (wat meer ontspannen verliep en vaak uitliep tot 15 minuten)— alleen toonladders, een nieuwe stuk een keer helemaal doorspelen en een duet of jazz-stuk spelen. Ik was tevreden, als twee van de drie sessies van 30 minuten echt geslaagd waren.

Strategieën voor succes bij het studeren

Strategieën variëren natuurlijk al naar gelang de leeftijd van het kind, maar sommige strategieën werken voor alle leeftijden:
• Kaarten om af te vinken, in te kleuren of om stickers op te plakken.
• Directe beloningen—vinkjes in tabellen, stickers, papieren kettingen of chocolademuntjes als het kind een bepaalde tijd geoefend heeft of bij uitvoering van bepaalde taken.
• Beloningen op langere termijn—stickers en vinkjes worden verzameld op een spaarkaart— als deze vol is, krijgt het kind bijvoorbeeld een bepaald speelgoed, wordt er een uitstapje gemaakt of krijgt het zakgeld.
• Steek een kaars aan tijdens het oefenen en oefen tot de kaars vanzelf uit gaat.
• Het kind weet wat er allemaal gedaan moet worden tijdens het oefenen.
• Stel doelen, bijvoorbeeld een concert of werk er samen aan je docent te verrassen met (onverwachte) vorderingen.
• Lof, lof en nog een lof- iedereen reageert positiever, als je eerst een compliment krijgt voordat er aan verbeterpunten gewerkt wordt.
• Moedig het kind aan: 'Weet je nog, twee weken geleden kon je dit nog helemaal niet spelen en nu klinkt het al geweldig!'.
• Zorg voor lachmomenten, bijvoorbeeld door zelf een stomme fout te maken, een beest na te doen, een mop te vertellen of even spontaan een knuffel te geven.
• Vertel iets leuks aan het begin van het oefenmoment — dat opa en oma op visite komen, over een leuk project of plannen voor een verjaardagsfeestje, een gezinsuitje of iets dergelijks.
• Speel duetten met je kind.
Bij jonge kinderen moeten oefeningen als spelletje gepresenteerd worden zodat het kind ze weer zal willen doen. De focus en concentratie tijdens het oefenen is trouwens belangrijker dan de lengte van het oefenmoment.
• Taken moeten worden gepresenteerd als spelletjes of uitdagingen.
• Maak gebruik van hulpjes zoals knuffelbeestjes, dobbelstenen, puzzels of zelfs een stopwatch.
• Verdeel een muziekstuk in kleine stukjes, kleur delen van een kleurplaat in of trek verbindingslijntjes in een nummertekening voor iedere tien goede herhalingen van een klein te oefenen element.
• Bij het aftellen: Tel van hoog naar laag mee: dit verhoogt de concentratie.
• Laat het kind spelen voor een publiek (van knuffelbeesten of poppen, broertjes en zusjes, visite of familieleden).
• De ouder speelt het stuk slecht voor en het kind onderwijst de ouder.
• Bedenk onzinteksten voor de liedjes.
• Betrek het kind in een verhaal of rollenspel—het kind speelt terwijl de ouder het verhaal vertelt, of het kind speelt zijn favoriete personage in het verhaal.
Met oudere kinderen, gaat het vaak minder om de vraag of het kind oefent, maar meer om wanneer, hoe en wat het precies studeert.
• Bied keuzemogelijkheden (niet over welk stuk, maar over de volgorde waarin dingen gedaan gaan worden
of de manier waarop je ze gaat studeren. Voor de herhaling van repertoire kun je bijvoorbeeld een grabbelton met namen van stukken erin maken.
• Neem lessen op. Bekijk ze thuis en herhaal wat er in de les gedaan is.
• Speel spelletjes, zoals met gekruiste handen spelen of improviseren.

Nuttige ideeën van Suzuki gezinnen

Hieronder volgt een lijst met ideeën en suggesties van Suzuki gezinnen. Wellicht zit er iets bij ter variatie van je volgende oefenmoment.

Schema's / Tabellen / Spaarkaarten
Denk aan volgende soorten schema's:
• Een schema waarop vermeld wordt wat er gedaan moet worden en wat er al gedaan is.
• Spaarkaart waarop ieder oefenmoment afgevinkt wordt: volle spaarkaart = kleine beloning.
• Vinkkaart voor herhaling van repertoire.
• Strippenkaart voor coöperatief gedrag: een sticker of stempel voor ieder aangenaam oefenmoment
• Piramidekaart voor te oefenen elementen (zie afbeelding). Op de eerste dag oefen je eerst zolang totdat het kind het betreffende fragment 1 keer goed heeft kunnen spelen; kleur het rondje bovenin de piramide. Op de tweede dag oefen je hetzelfde fragment, zodat je het 2 keer achter elkaar goed kunt spelen; kleur de volgende twee cirkels. Ga op deze manier door, totdat je 7 keer achter elkaar goed gespeeld hebt. Het te oefenen fragment moet uiteraard kort zijn en een specifiek leerdoel hebben, denk bijvoorbeeld aan opdrachten als: speel de eerste Twinkle/Kortjakje variatie met een goede vierde vinger of speel twee noten onder een boogje: hard-zacht / veel-weinig. Kijk ook op www.jennymacmillan.co.uk voor meer voorbeelden van schema's, tabellen en spaarkaarten.

Oefenpiramide
Naam:
Oefenpunt:
Datum:

 

Piramide

Piramidekaart

Opnames

Ter aanvulling (niet vervanging) van het dagelijkse luisteren naar de Suzuki-cd's:
• Speel met de opnames van de Suzuki cd's mee, de ene keer met de ene hand de andere keer met de andere hand.
• Luister naar de stukken in opnames van een andere uitvoerende.
• Luister naar de originele uitvoering van de stukken (veel stukken zijn oorspronkelijk voor een ander dan je eigen instrument geschreven en voor jouw instrument bewerkt of het zijn orkeststukken).
• Luister naar de stukken gespeeld op een ander instrument.
• De ouder laat aan het kind zien, hoe hij/zij van muziek of een bepaald stuk geniet, bijvoorbeeld door het zelf te spelen of te zingen, vooral als een kind niet bereid is, het te spelen.
Speels oefenen/studeren
Het volgende kun je doen, als de stukken al goed beheerst worden:
• Speel met een blinddoek om, met gesloten ogen of in een donkere ruimte.
• Speel met gekruiste handen.
• Speel in de manier van een bepaald dier of een favoriet personage.
• Speel samen op verschillende manieren: speel allebei één hand / kind speelt beide handen en ouder speelt een begeleiding / speel arrangementen voor duo / begeleid het kind met een ander instrument.
• 'Fun-kaarten' - schrijf omschrijvingen op kaartjes, hoe je moet spelen: 'langzaam als een slak', 'zo snel als een cheeta', 'zo hard stampend als een olifant', 'zacht als een muisje'.
• Speel een stuk in verschillende toonsoorten.
• Speel een stuk dat in majeur staat in mineur.

Verdere tips en ideeën

Wat je verder zou kunnen doen:
• Multisensorisch leren—dans met de muziek mee, zodat je de beat voelt; visualiseer de muziek met een passend plaatje of een foto.
• Kleur noten van een muziekstuk in om de verschillen in dynamiek duidelijk te maken.
• Schat zoeken—Zoek naar verstopte rozijnen of chocolaatjes na iedere volbrachte taak.
• Gooi met een dobbelsteen het te spelen aantal herhalingen.
• Speel met verschillende ritmes: gepuncteerd of triolen of in het ritme van een Twinkle/Kortjakje-variatie.
• Speel met een andere articulatie—oefen bijvoorbeeld een gebonden frase ook met staccato.
• Doe een wedstrijdje om drie (of ander aantal) herhalingen van een studiepunt te scoren. Het kind begint altijd, zodat het kans maakt te winnen, zonder vals te spelen; als hij/zij een fout maakt moet je even smokkelen, zodat je samen weer vanaf nul kunt beginnen.
• Daag je kind uit harder of zachter dan hij/zij te spelen. Het kind wint bijna altijd.
• Volg de interesses van je kind: als het bijvoorbeeld van voetbal houdt, maak je er Suzuki-voetbal van - is de taak, een frase perfect legato te spelen, dan scoort het kind een doelpunt als de legatolijn lukt, maar als er een gat in de legatolijn valt, is dat een doelpunt voor de ouder. Extra leuk is het natuurlijk, als je als ouder de manier van een sportverslaggever na kan doen!

Andere nuttige tips

• Aantekeningen in de les: schrijf duidelijk op hoeveel herhalingen er afgesproken zijn om te doen.
• Blijf oude stukken herhalen: als een kind oude stukken echt opnieuw moet leren, is dat frustrerend en de kans is groot dat de oefensessie minder goed wordt.
• Als de oefentijd (om de een of andere reden) beperkt is, concentreer je dan op de dingen die in de les gedaan zijn.
• Kinderen raken gefrustreerd als ze steeds onderbroken worden tijdens het spelen. Bepaal daarom van tevoren of je korte stukjes wilt herhalen of het hele stuk wilt laten spelen.
• Als je met veel stukken bezig bent, en je oefent ermee alleen de ene of de andere hand te spelen, speel dan niet hele stukken op deze manier—het is beter, bijvoorbeeld alleen de linker hand te doen voor een bepaalde zin of slechts paar maten, bijvoorbeeld een stukje (perfect gespeelde) Alberti-bas; of met de rechter hand één of twee vloeiend gespeelde frases met een mooie zingende klank en fraaie dynamiek.
• Neem een concertstuk van je kind op en bekijk het daarna samen; geef allebei commentaar. Prijs een goed punt en noem daarna een punt dat voor verbetering vatbaar is. Juist voor het kind is het ook erg belangrijk om te benoemen wat hij/zij wil verbeteren; schrijf het verbeterpunt op een kaartje en neem dat weer ter hand de volgende keer als het stuk gespeeld wordt.
• De ouder neemt zelf lessen voor de Suzuki stukken zodat hij/zij de stukken en de studiepunten, moeilijke vingerzettingen, nieuwe technieken enz. kent, voordat het kind eraan begint.
• Doe het belangrijkste stuk eerst. Mocht je niet alles af krijgen, wees dan niet bezorgd. Morgen is er weer een dag. Begin dan met dat, wat je niet gehaald had.
• Je hoeft helemaal niet altijd met een toonladder of bladmuziek lezen te beginnen.

Hoewel opwarmen met een Twinkle/Kortjakje-variatie of een variatie op een toonladder wel erg goed is; als een oefensessie echter slecht of met een weerstand begint, kan het een vermoeiende zaak worden.
• Beëindig de oefensessie met iets speciaals—een favoriet stuk, een concert stuk, een jazzy stuk of een duet.
• Maak onderscheid tussen spelen en oefenen/studeren. Kinderen willen ook graag voor hun plezier spelen; oefenen/studeren doe je om vorderingen te maken en technische zaken te verbeteren: voor de lol doorspelen is echter ook van het allergrootste belang. Zorg dat beide manieren van muziek makengedaan worden.
• Lees over de componist: bijvoorbeeld boeken van Paul Harris zoals Improve Your Practice; kinderen ontwikkelen meer feeling met een componist als ze iets bijzonders over hem weten.
• Bezoek Suzuki workshops (in binnen- en buitenland).
• Leer van andere ouders en kinderen door ook bij andere lessen aanwezig te zijn en te observeren en praat er met elkaar over.
• Schrijf je docent een e-mail als je ergens problemen mee ondervindt.

Wat moet je doen als je kind wel zijn best doet, maar het niet echt goed of niet zo goed als eerder gaat?

Je kind zal wellicht merken dat het niet zo goed als anders liep en is misschien teleurgesteld. Ontken dan niet, maar verzucht met hem/haar: 'Stom hè, dat het niet lekker liep vandaag?' Vraag hem/haar wat we hij/zij denkt, hoe het verbeterd kan worden (handen apart oefenen, in langzamer tempo spelen of bijvoorbeeld werken aan een bepaalde maat), en spreek af om het direct te oefenen of het bij de volgende oefensessie aan te pakken.
Maar probeer ondanks alles ook direct iets goeds aan zijn/haar spel te vinden. Begin basaal, dus met houding, handstand, bewegingen van de vingers. Zelfs als kinderen al vrij ver gevorderd zijn, kan het geen kwaad, ze eraan te herinneren wat voor een ontwikkeling ze in de laatste jaren doorgemaakt hebben en wat ze allemaal geleerd hebben; ze herinneren zich vast nog wel hoe moeilijk het een of het ander ooit voor hen was. En als ze nu een nieuw of moeilijk stuk spelen, gaan deze dingen als vanzelf, automatisch en onbewust, precies wat onze bedoeling was. Prijs de mooie klank op een specifieke noot of een goed ritme in een bepaalde maat, de goede balans tussen de twee handen, het goede tempo (aan het begin of eind, ook al was het niet gedurende het hele stuk constant!), mooie contrasten, goede fraseringen, de juiste uitdrukking of een geslaagde weergave van de beoogde sfeer van het stuk. Als er werkelijk niets goed was (niet aannemelijk, want het kind probeerde het immers), prijs dan dat hij/zij in ieder geval zijn best deed of volhield tot het eind.
Als het kind natuurlijk niet zijn/haar best deed, is het natuurlijk een andere zaak en moeten we proberen hem/haar aan te moedigen en ervoor te zorgen dat hij/zij nog een poging wil doen. Misschien moet er ook wel over een ander tijdstip om te oefenen nagedacht worden; of moet hij/zij eerder naar bed, zodat hij/zij in de ochtend uitgerust en fit is om te oefenen. Wellicht is de ouder ook moe en niet in staat de oefensessie rustig te begeleiden. Misschien kan het volgende helpen: laat het kind twee stukken naar keuze bij het bezoek aan de grootouders spelen; beloof ieder repertoire stuk op te nemen nadat de docent het in de les gehoord heeft; houd een kleine beloning bereid voor het perfecte instuderen van de linker hand van het volgende stuk.

Conclusie

Oefenen/studeren met jonge kinderen is een ware uitdaging voor ouders. Hoe meer ouders nadenken over hoe ze kunnen oefenen, over hoe ze zich voor kunnen bereiden en hoe ze de grote lijn van een oefensessie in het oog kunnen houden, terwijl ze toch rekening houden met de wensen en de stemming van het kind, des te effectiever zal het samen studeren verlopen. Ieder kind is anders, dus zullen ouders met ieder kind anders te werk moeten gaan. Anderzijds willen kinderen duidelijk geleid worden. Ze voelen exact aan als de ouder niet precies weet wat hij/zij doet: 'Zullen we dit of dat doen?' is duidelijk iets anders dan: 'Wil je eerst dit en dan dat doen?' Dan weet het kind, dat het ander vandaag of morgen ook nog aan de beurt zal komen.
Ouders en kinderen kunnen een heleboel plezier beleven aan het samen studeren en het kan een genot zijn zulke sessies als docent te begeleiden. Regelmatig werk met elkaar en in goede stemming maken de banden tussen ouder en kind hecht en niet te vergeten: het kan de muzikale ontwikkeling tot ongekende hoogtes brengen.